
source: google
Ik ben een echte vrouw. Mijn overvolle kledingkast bestaat grotendeels uit rokjes en jurkjes en ik heb een aparte kast aan moeten schaffen om mijn make up verzameling in op te kunnen bergen. Daarbij heb ik nog lades vol met producten voor haar-, gezicht-, en lichaamsverzorging. Ik kijk alleen romantische comedy’s en heb altijd wel wat te zeuren. Op en top vrouw dus. Maar ook heb ik hier en daar wel een mannelijk trekje. Ik lach het hardste om platte, sarcastische of vrouwonvriendelijke grappen. Ik kan ongeveer 100 meter op hakken lopen en loop er regelmatig als een slons bij. Ik voel me het best op mijn nike air max en hou van harde muziek.
Mijn vrouwelijke kant vind het heerlijk om voor mensen te zorgen en ben dan ook altijd in de weer om het mensen naar hun zin te maken. Het liefst zorg ik natuurlijk voor Vriendje. Ik was zijn kleding, poets zijn huis en verzin wat we ’s avonds eten en zorg dat dit klaar staat. Hoewel ik het heerlijk vind dat Vriendje veel beter kan koken en ik dus nooit in de buurt hoef te komen van het gasfornuis, ben ik een gelukkig mens als Vriendje mij aankijkt en verteld hoe lief hij het vindt wat ik die dag allemaal gedaan heb voor hem.
Mijn mannelijke kant daarentegen komt pas echt naar boven als ik ziek ben. Daar waar mijn moeder niet aan ziek zijn doet en zelfs met 40 graden koorts nog doorgaat, begin ik al te zuchten, te kreunen en te klagen als ik nog maar nies. Door mijn extreem lage pijngrens en alle afwijkingen en ziektes begint mijn huid te branden zodra ik grieperig word. Daarbij heb ik extreem vaak oor- en keelontsteking en ook dit is niet iets wat ik fluitend doorsta. Klagend, zuchtend en huilend (oke, dat laatste is niet zo mannelijk) doorsta ik mijn ziektebed terwijl ik alles en iedereen inzet om mij zo snel mogelijk beter te laten worden. Ik wil alleen maar soep eten (die ik nog net zelf maak) en ik verwacht van Vriendje dat hij om het half uur vraagt of ik nog een bakje thee wil. Mocht Vriendje niet in staat zijn om voor mij te zorgen (ik laat ‘m nog net geen vrij nemen van zijn werk) stuur ik mijn moeder een zielig berichtje dat ik ziek ben. Natuurlijk in de hoop dat ik een berichtje terug krijg of ze iets voor me moet doen. Niet dat dat nou nodig is, maar het gebaar is zo fijn. Mijn dagen slijt ik door op de bank films te kijken of te playstationen en hier en daar een dutje te doen. Om mij heen liggen overal spullen. Pijnstillers, lege kopjes, doos tissues, prullenbak en een asbak. Ik kan dan wel ziek zijn, maar roken blijf ik. Zo eigenwijs als een vent. Als ik na een dag of 2, 3 mezelf weer wat beter voel begin ik mij te irriteren aan de rotzooi die ik heb gemaakt en begin ik, als een typische vrouw, zenuwachtig alles op te ruimen. De mensen om mij heen kijken spontaan een stuk blijer en zijn in hun nopjes als ik zelf weer begin te zorgen. Dat is voorbij.
Tot de volgende griep.


Herkenbaar en beterschap
Leuk geschreven! Ik ben nogal een lucky bastard, want ik heb al jaren geen griep meer gehad.